Statuten
Bij onze stichting geloven we in transparantie en openheid. Door onze statuten op de website te publiceren, bieden we iedereen inzicht in onze doelstellingen, structuur en werkwijze. Dit bevordert niet alleen het vertrouwen van donateurs, vrijwilligers en andere belanghebbenden, maar maakt ook belangrijke informatie gemakkelijk toegankelijk. We willen graag laten zien dat we ons inzetten voor verantwoording en integriteit, en hopen op deze manier bij te dragen aan een sterker vertrouwen in onze organisatie.
Naam en zetel
Artikel 1.
1. De stichting draagt de naam: Stichting Regeneration.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Hardenberg.
Doel en vermogen
Artikel 2.
1. De stichting heeft ten doel:
a. ervoor zorgen dat onze planeet gezond blijft, zodat toekomstige generaties een veilige en stabiele toekomst hebben;
b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
a. het (doen) ontwikkelen van projecten;
b. het werven van fondsen;
c. het ontwikkelen en/of implementeren van financieringsvormen;
d. het organiseren van verschillende vormen van activiteiten.
3. De stichting heeft uitdrukkelijk geen winstoogmerk.
4. Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:
a. subsidies;
b. fondsen en donaties;
c. schenkingen en erfrechtelijke verkrijgingen;
d. opbrengsten van (overige) activiteiten;
e. alle andere (wettige) verkrijgingen en baten.
Bestuur: samenstelling en wijze van benoemen
Artikel 3.
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste drie bestuurders.
2. De bestuurders worden benoemd en geschorst door het bestuur. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld.
3. De bestuurders worden benoemd voor een periode van twee jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster afgetreden bestuurder is onmiddellijk en onbeperkt herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.
4. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.
5. Ingeval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurder(s). In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders, wordt het bestuur waargenomen door een persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair gevestigd is, wordt aangewezen. Iedere belanghebbende is bevoegd tot het indienen van het verzoek bij de voorzieningenrechter. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat de bestuurder gedurende een periode van meer dan zeven dagen onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken.
6. De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.
7. Een bestuurder mag niet over het vermogen van de stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen.
Bestuur: taak en bevoegdheden
Artikel 4.
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.
3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
4. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.
5. De stichting moet een actueel beleidsplan hebben dat inzicht geeft in de activiteiten, fondsenwerving, beheer en bestedingen van het vermogen van de stichting.
Bestuur: vergaderingen
Artikel 5.
1. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden in Nederland op de plaats als bij de oproeping is bepaald.
2. Jaarlijks binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering van het bestuur (de jaarvergadering) gehouden, waar in elk geval aan de orde komt de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten. Daarnaast wordt elk kwartaal een vergadering gehouden.
3. Voorts worden vergaderingen gehouden, wanneer één van de bestuurders daartoe de oproeping doet.
4. De oproeping tot een vergadering geschiedt ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van een oproepingsbrief.
5. Een oproepingsbrief vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
6. De vergaderingen kunnen worden gehouden door het bijeenkomen van de bestuurders of door middel van telefoongesprekken, video conference of via andere communicatiemiddelen, waarbij alle deelnemende bestuursleden in staat zijn gelijktijdig met elkaar te communiceren, mits alle bestuursleden in de te nemen besluiten gekend zijn, alles tenzij een bestuurder zich tegen deze wijze van besluitvorming heeft verzet. Deelname aan een op deze wijze gehouden vergadering geldt als het ter vergadering aanwezig zijn.
7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezige bestuurders in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door de in leeftijd oudste aanwezige bestuurder.
8. De secretaris notuleert de vergadering. Bij afwezigheid van de secretaris wordt de notulist aangewezen door degene die de vergadering leidt. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en notulist hebben gefungeerd. De notulen worden vervolgens bewaard door de secretaris.
9. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de in functie zijnde bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd.
Bestuur: besluitvorming
Artikel 6.
1. Het bestuur kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurder kan zich in een vergadering door een andere bestuurder laten vertegenwoordigen nadat een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht is afgegeven. Een bestuurder kan daarbij slechts
voor één andere bestuurder als gevolmachtigde optreden.
2. Is in een vergadering niet de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders worden besloten omtrent de onderwerpen welke op de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.
3. Zolang in een vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
4. Het bestuur kan met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter als notulen wordt bewaard.
5. Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
6. Alle stemmingen in een vergadering geschieden mondeling, tenzij één of meer bestuurders vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
7. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
8. In alle geschillen omtrent stemmingen beslist de voorzitter van de vergadering.
Bestuur: tegenstrijdig belang
Artikel 7.
1. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en onthoudt zich van stemming over een bestuursbesluit indien hij bij het onderwerp van het bestuursbesluit een direct of indirect belang heeft dat strijdig is met het belang van de stichting. De bestuurder heeft wel het recht de desbetreffende vergadering van het bestuur bij te wonen, met dien verstande dat hij niet wordt meegerekend bij de bepaling van het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders met betrekking tot het desbetreffende besluit.
2. Wanneer op grond van het bepaalde in de eerste zin van het vorige lid geen besluit kan worden genomen, is de eerste zin van het vorige lid niet van toepassing en kunnen ondanks het tegenstrijdig belang bestuurders deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming, maar legt het bestuur de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen schriftelijk vast.
Bestuur: defungeren
Artikel 8.
Een bestuurder defungeert:
a. door zijn overlijden of indien de bestuurder een rechtspersoon is, door haar ontbinding of indien zij ophoudt te bestaan;
b. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
c. door zijn aftreden, al dan niet volgens het in artikel 3 bedoelde rooster van aftreden;
d. door ontslag door de gezamenlijke overige bestuurders, mits tenminste drie bestuurders in functie zijn;
e. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek;
f. door zijn toetreden tot de raad van advies.
Vertegenwoordiging
Artikel 9.
1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders, van wie ten minste één de voorzitter, penningmeester of secretaris moet zijn.
3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuurders, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Boekjaar en jaarstukken
Artikel 10.
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
In ieder geval dient uit de administratie te blijken:
– welke bedragen er aan onkostenvergoeding aan de bestuurders zijn betaald;
– welke kosten de stichting heeft gemaakt;
– wat de aard en omvang van de inkomsten en het vermogen van de stichting is.
De kosten voor het werven van geld en de beheerskosten moeten in redelijke verhouding staan tot de bestedingen.
3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen.
De penningmeester zendt deze stukken vóór het einde van de in de voorgaande zin bedoelde termijn aan alle bestuurders. Deze stukken worden door het bestuur in een vergadering, te houden binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar,
vastgesteld en ten blijke daarvan door ten minste de voorzitter en de penningmeester ondertekend.
4. Het bestuur kan, alvorens tot vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten over te gaan, deze stukken doen onderzoeken door een door hem aan te wijzen accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en legt daaromtrent een verklaring af.
5. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
6. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
7. De stichting mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling van de stichting.
Raad van advies
Artikel 11.
1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot de instelling van een raad van advies, bestaande uit één of meer leden.
2. De leden van de raad van advies worden benoemd door het bestuur. De raad van advies wijst uit zijn midden een voorzitter en een secretaris aan.
3. De raad van advies heeft tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van het bestuur over alle aangelegenheden de stichting betreffende.
4. Het bestuur is bevoegd leden van de raad van advies te ontslaan en de raad van advies op te heffen.
5. Op uitnodiging van het bestuur kunnen de leden van de raad van advies bestuursvergaderingen bijwonen.
6. Het bestuur verschaft de raad van advies tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De raad van advies is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting.
7. De raad van advies kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen.
8. Een lid van de raad van advies defungeert:
a. door zijn overlijden;
b. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
c. door zijn aftreden;
d. door zijn toetreding tot het bestuur;
e. door ontslag.
9. De raad van advies komt ten minste éénmaal per jaar bijeen.
10. Al hetgeen de raad van advies verder betreft kan zo nodig door het bestuur nader worden geregeld bij reglement.
Gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de raad van advies
Artikel 12.
1. Ten minste tweemaal per jaar komen het bestuur en de raad van advies in gemeenschappelijke vergadering bijeen ter bespreking van de algemene lijnen van het gevoerde en in de toekomst te voeren beleid.
2. Tot de bijeenroeping van een gemeenschappelijke vergadering zijn het bestuur en de raad van advies gelijkelijk bevoegd.
3. De gemeenschappelijke vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de raad van advies. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezige bestuurders en leden van de raad van advies in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door het in leeftijd oudste aanwezige lid van de raad van advies.
Reglement
Artikel 13.
1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven.
2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
3. Het bestuur is bevoegd het reglement te wijzigen of te beëindigen.
4. Op de vaststelling, wijziging en beëindiging van het reglement is het bepaalde in artikel 14 lid 1 van toepassing.
Statutenwijziging
Artikel 14.
1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging moet met algemene stemmen worden genomen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Iedere bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te doen verlijden.
3. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.
Ontbinding en vereffening
Artikel 15.
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 14 lid 1 van overeenkomstige toepassing.
3. Indien het bestuur besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld. In andere gevallen van ontbinding wordt de bestemming van het liquidatiesaldo door de vereffenaars vastgesteld. In alle gevallen dient een eventueel batig liquidatiesaldo te worden besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelomschrijving of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.
4. Na ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen.
5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.
6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
Slotbepalingen
Artikel 16.
1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.
2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan bij brief, fax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en elektronisch of op schrift kan worden ontvangen mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld.